Zoals gezegd zijn er heel veel verschillende metaprogramma’s. De lijst hieronder is dus verre van compleet. Maar in onze opleidingen gebruiken wij 14 programma’s om jou een inzicht te geven in jezelf en de ander. Deze 14 metaprogramma’s delen we graag met je:
1. Criteriafilter: hiërarchie van criteria
Mensen laten zich (onbewust) leiden door waarden en criteria. Onze waarneming wordt gestuurd door wat we belangrijk vinden. Voorbeelden van waarden zijn woorden als rust, vertrouwen, respect, gezondheid, etc. Toch zijn we ons vaak niet bewust van de achterliggende criteria. Het criteriafilter geeft aan wat de belangrijkste criteria van iemand zijn in een bepaalde context. Als we het over respect hebben dan kun je daar afhankelijk van de context en per persoon hele verschillende dingen mee bedoelen. Criteria zijn niet aan te geven als goed of slecht. Ze zijn per individu verschillend en hebben een zeer persoonlijke betekenis. Je kunt de criteriawoorden uit iemands gedrag of taal opmaken of je kunt er direct naar vragen.
2. Waarnemingsfocus: visueel, auditief en kinesthetisch
Mensen ervaren zichzelf en de wereld om zich heen door middel van de vijf zintuigen; zien, horen, voelen, ruiken en proeven. Deze zintuiglijke modaliteiten noemen we binnen NLP ‘representatiesystemen’. Dit komt doordat mensen decoderen, organiseren, opslaan en betekenis geven aan de waarneming gedaan met hun zintuigen. Zintuiglijke informatie wordt waargenomen en wordt intern gerepresenteerd. Er wordt als het ware een interne kaart, een model, gemaakt van de originele zintuiglijke informatie. Dit mag een open deur lijken, maar is van essentieel belang, de ‘realiteit’ en onze representatie van die ‘realiteit’ zijn niet hetzelfde. Zoals de landwegen in Italië niet hetzelfde zijn als de wegenkaart waarop zij zijn getekend. De kaart is niet het gebied.
3. Primaire belangstelling: mensen, activiteiten, informatie, dingen en plaatsen
De belangstelling van mensen verschilt. Soms is de aandacht meer op andere mensen en dingen en soms meer op activiteiten of informatie. Ook kan de belangstelling in plaatsen toenemen wanneer de context daar om vraagt.
4. Activiteit: proactief en reactief
Pro-actief is tegenwoordig een soort modewoord dat te pas en te onpas wordt gebruikt in de. betekenis van iets positiefs en re-actief wordt vaak als iets negatiefs gezien. Wij willen dat je deze metaprogramma’s (zoals alle anderen) begrijpt zonder daar een waardeoordeel aan te koppelen.
Pro-actief
Personen die pro-actief zijn, hebben het gedrag om in actie te komen en zijn in staat taken te verrichten die direct om handelen vragen. Zij zullen uit zichzelf dingen gaan doen en nemen initiatief. Ze spreken vaak vanuit de ik-vorm, en acteren snel. Ze zijn soms wat impulsief en krijgen zaken voor elkaar. Ze gebruiken het moment en zijn echte doeners. Wachten op anderen en dingen eerst overdenken alvorens te handelen, is geen sterke kant bij dit metaprogramma. Het gevaar bestaat dat deze personen overhaast te werk gaan en belangrijke zaken over het hoofd zien.
Re-actief
Re-actief ingestelde mensen denken liever eerst na. Zij hebben de behoefte om eerst te begrijpen, reflecteren en stellen vragen. Het begrijpen en beoordelen van de situatie is voor hen een voorwaarde voor actie en een volgende stap. Een weloverwogen voorbereiding kun je makkelijk aan hen overlaten. Ze analyseren veel en zijn hierdoor soms besluiteloos waardoor ze weinig actie ondernemen. Ze spreken vaak in de zij-vorm. Ze nemen hun tijd, soms zelfs te veel tijd of wachten onnodig veel op anderen.
5. Referentiekader: intern en extern
‘Ik ben tevreden’, ‘jij bent tevreden’. Gaat het over jouw eigen criteria of over het voldoen aan de criteria van iemand anders? Dit metaprogramma beschrijft waar jouw filters op focussen. Jouw standaard of die van een ander.
Intern referentiekader
De eigen criteria zijn leidend. Mensen met een interne referentie gedragen zich zoals zij zelf willen op basis van hun eigen standaard. Ze werken op basis van hun eigen waarden en normen en doen de dingen op hun eigen manier. Ze beslissen zelf of het goed is. Complimenten en externe bevestiging zijn welkom maar zijn niet noodzakelijk. Soms hebben deze mensen moeite met het accepteren van meningen of feedback van andere mensen. Ze zijn sterk autonoom en accepteren moeilijk leiding. Samenwerking met iemand met een interne referentie kan soms moeizaam verlopen.
Extern referentiekader
Personen met een externe referentie komen in beweging door wat anderen belangrijk vinden. Ze hebben informatie, meningen en feedback van anderen nodig voor het maken van beslissingen en om gemotiveerd te blijven. Mensen die meer focussen op externe referentie gedragen zich zoals van hen verwacht wordt. Ze werken op basis van de normen en waarden van de ander of de groep en doen dingen zoals ze denken dat hoort. Ze hebben vaak complimenten of bevestiging nodig, en feedback of andere meningen betrekken ze zeer snel op zichzelf. Ze hebben moeite met het nemen van besluiten en hebben vaak leiding nodig.
6. Motivatierichting: naartoe en weg van
Motivatie werkt twee richtingen op. Je komt in beweging als je iets wilt bereiken (naartoe) of je komt in beweging als je iets niet meer wilt (weg van). Het zijn eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille: iemand kan naar een doel toe bewegen, of van een probleem weg bewegen (en is daardoor onderweg naar een doel). Soms wordt het verlangen om een zeker punt te bereiken veroorzaakt door een nog sterker verlangen om de huidige situatie te veranderen. Omgekeerd kan achter de wil om een probleem op te lossen, de wens liggen om een bepaald doel te bereiken.
7. Informatieomvang (chunksize): globaal en details
Dit metaprogramma is belangrijk voor communicatie in het algemeen, tijdens trainingen en bij leidinggeven. Ben je meer van het geheel of heb je juist meer oog voor de details? Zie je sneller het bos of de bomen? Twee mensen met tegenovergestelde voorkeuren in dit metaprogramma lopen een grote kans op misverstanden en daardoor op conflicten. Tegelijkertijd kunnen ze elkaar perfect aanvullen.
Globaal
Mensen bij wie de filters zijn ingesteld op globaal hebben de capaciteit om direct het grote geheel te zien. Zij denken en praten in hoge abstracties en generalisaties. Iemand met de voorkeur voor globaal vindt het prettig om in hoofdlijnen te denken en te spreken. Het zijn de mensen die zich vanuit een helikopterview richten op ideeën en concepten en vinden details maar bijzaak. De details kunnen deze personen het beste delegeren aan een ander. Op het gebied van communicatie praten deze mensen soms zelfs in zulke globale termen dat het voor de ander moeilijk te snappen is wat ze bedoelen.
Details
Als je het metaprogramma details als voorkeur hebt, dan ben je gericht op de details. Deze personen praten en denken in vele gedetailleerde stukjes informatie (small chunks) en deze hebben een fijnere structuur. Zij hebben deze details nodig om te kunnen begrijpen wat er gebeurt. Zij zijn vaak erg precies en goed om de puntjes op de i te zetten. Zij voorzien de hoofdzaken van de bijzaken en zien niet gemakkelijk de rode draad in een verhaal. Het risico bestaat dat zij verdwalen in de details en daardoor moeilijk te volgen zijn voor anderen.
8. Vergelijking: overeenkomsten en verschillen
Ben je eerder gefocust op wat hetzelfde is of juist op dat ene wat net anders is? Dit metaprogramma gaat over de instelling van jouw filters op basis van de mate van gelijkenis die je registreert of juist de verschillen.
9. Tijdsbeleving: in-time en through-time
Helemaal opgaan in het moment of meer bewust zijn van de tijd? Dit metaprogramma gaat over hoe je tijd beleeft.
In-time
Mensen van wie het filter ‘in de tijd’ is afgesteld zijn mensen die opgaan in het moment. Deze mensen zijn vaak geassocieerd en emotioneel betrokken. Hun herinneringen zijn ook vaak geassocieerd. Tijd is voor hen een gegeven, maar zij vinden het belangrijker om ‘in het nu’ te zijn. Zij kunnen vaak snelle beslissingen maken en kunnen er in het moment helemaal bij zijn. Agenda’s, schema’s en planningen zijn aan hen niet besteed. De activiteit zelf is vaak belangrijker dan de planning. Ze komen vaak te laat en kunnen zich moeilijk aan afspraken houden.
Through-time
Aan de andere kant zijn er mensen van wie het filter ‘door de tijd’ is afgesteld. Zij hebben een volgordelijk, rechtlijnig idee van tijd. Zij zijn zich bewust van tijdsduur en hebben een overzicht van tijd. Deze mensen zullen gebeurtenissen in tijd eerder opslaan dan gedissocieerde plaatjes. Zij hechten juist wél veel waarde aan op tijd komen en planning. De planning is vaak belangrijker dan de activiteit. Ze kunnen goed analyseren en geven soms de indruk niet erg betrokken te zijn. Ze zijn vaak bezig met wat er ‘hierna’ moet of gaat gebeuren.
10. Tijdsoriëntatie: verleden, heden en toekomst
Ben je vooral gefocust op het verleden, het heden of de toekomst? ‘Vroeger was alles beter’, ‘Pluk de dag’, ‘De tijd zal het leren’. Drie uitspraken gericht op respectievelijk het verleden, het heden en de toekomst. Dit metaprogramma beschrijft of de focus op de voltooide, tegenwoordige of de toekomstige tijd ligt.
11. Planningstijl: opties en procedures
Hecht je waarde aan hoe het hoort of zoek je liever naar andere mogelijkheden? Dit metaprogramma laat zien dat sommige mensen eerder in opties, verandering en keuzemogelijkheden denken, terwijl anderen gebruik maken van bestaande manieren om een bepaalde taak uit te voeren.
12. Invloedsperceptie: controle binnen zelf en controle buiten zelf
Mensen verschillen van elkaar in hoe zij denken over oorzaak en gevolg. Het leven creëren of het leven overkomt je? De subjectieve mate van invloed gaat over dit metaprogramma.
Controle binnen zelf
Mensen waarbij hun filters zijn ingesteld op controle binnen zelf, geloven dat hun gedrag verantwoordelijk is voor bepaalde resultaten, of dit nu als een succes of een mislukking wordt gezien. Zij hebben een interne focus en zijn ‘in control’ en voelen de volledige verantwoordelijkheid. Zij geloven dat wat zij doen de oorzaak is van succes en falen. Zij focussen meer naar binnen voor oorzaken waardoor (slechte) resultaten zijn bereikt. Zij vertrouwen erop dat zij, en zij alleen, verantwoordelijk zijn voor hun eigen successen. Zij zijn niet afhankelijk van externe factoren. Soms zijn deze mensen wat overmoedig en ze zijn in staat hun eigen invloed te overschatten.
Controle buiten zelf
Mensen bij wie de controle meer buiten zelf ligt, overkomen dingen. Zij zijn niet de veroorzaker, maar de oorzaak ligt buiten henzelf. Zij willen daar ook geen verantwoordelijkheid voor dragen. Het is een kwestie van geluk of pech. Deze personen hebben een externe focus als het gaat om zoeken naar oorzaken. Zij hebben wel aandacht voor bemoeilijkende omstandigheden bij het realiseren van doelstellingen. Ze zijn gevoelig voor moeilijkheden die op hun pad komen en stellen zich vaak afhankelijk op. In extreme gevallen of bepaalde situaties zijn deze personen het slachtoffer, die gebukt gaat onder wat hen allemaal aangedaan is.
13. Primaire aandacht: zelf en anderen
Dit filter bepaalt waar jouw focus of aandacht ligt. Ligt deze bij jezelf of voornamelijk bij anderen?
Aandacht bij jezelf
Wanneer de aandacht meer bij jezelf ligt, denk je eerst aan jezelf en het bevredigen van eigen criteria en belangen. Mensen met dit metaprogramma nemen de wereld waar vanuit hun eigen gedachten en gevoelens. Zij spreken voornamelijk in de ik-vorm en vinden het belangrijk om eerst voor zichzelf te zorgen en dan pas voor een ander. Deze personen hebben vaak veel zelfvertrouwen en werken efficiënter als ze alleen werken. Ze vragen ook moeilijker om hulp en komen soms onverschillig en arrogant over. Over het algemeen zijn ze niet zo’n goede teamspelers maar werk komt vaak wel op de eerste plek. Dit metaprogramma wordt vaak gebruikt door topsporters of in beroepen waarin presteren van groot belang is. In extreme gevallen kun je deze mensen als egotrippers bestempelen.
Aandacht bij anderen
Mensen die meer hun aandacht focussen op anderen denken eerst aan de ander en daar goed voor te zorgen. In communicatie zullen zij de ander steeds laten weten dat zij hem of haar horen en zien, zowel verbaal als non-verbaal. Hun aandacht is gericht op de gedachten, gevoelens en het gedrag van de ander. Ze vinden het fijn als anderen hun om hulp vragen en spreken vooral in de wij-vorm. Het zijn goede teamspelers, maar ze zeggen te vaak ja en durven geen nee te zeggen om de ander een plezier te doen. Het gevaar bestaat dat zij over hun eigen grenzen gaan, en dat kan gevolgen hebben voor de gezondheid. Dit metaprogramma ziet men vaak in dienstverlenende en verzorgende beroepen.
14. Stressrespons: emotioneel, rationeel en keuze
Welke primaire reactie vertoon jij als er een moment van spanning, stress of ongeluk is? Dit filter bepaalt hoe snel jij kunt schakelen tussen emotie en ratio.