Alles over metaprogramma's in NLP

8 mei 2023

Wat is een metaprogramma in NLP?

Metaprogramma’s zijn breinfilters die diep in ons onbewuste zitten. Ze zijn het makkelijkst te omschrijven als: de manier waarop je denkt, je gedraagt, je informatie verwerkt en de manier waarop je gemotiveerd raakt en daarmee omgaat. Metaprogramma’s zijn zo genoemd omdat ze inhoudsloos zijn en als het ware boven (‘meta’) andere programma’s staan, zoals herinneringen, overtuigingen en waarden.

Ieder mens is anders, en ieder brein werkt anders. Metaprogramma’s zijn kenmerkende patronen (bepaalde programma’s) in iemands denken, voelen en doen in een bepaalde context. Ze beïnvloeden daarmee hoe ervaringen worden verwerkt, gesorteerd en gerepresenteerd in ons brein.

Metaprogramma’s worden nog wel eens uitgelegd als denkstijlen, maar daarmee doen we ze tekort. Metaprogramma’s sturen onze filters en beïnvloeden ons handelen, denken, onze keuzes, voorkeuren, waarneming, de manier waarop we situaties ervaren en de manier waarop we vervolgens reageren.

Bij ieder mens zijn de metaprogramma’s anders afgesteld. Ze hebben een uniek karakter. Met klem benadrukken wij dat metaprogramma’s geen persoonlijkheidskenmerken zijn. Metaprogramma’s zeggen iets over de voorkeursafstelling van de informatie verwerkingsfilters. Met andere woorden: focus. Het wil niet zeggen dat als iemands voorkeur globaal is die persoon niet zou kunnen leren om zaken gedetailleerd waar te nemen. Daardoor zijn metaprogramma’s geen kenmerken van iemands persoonlijkheid, karakter of identiteit. We kunnen hoogstens spreken van een bepaalde voorkeur in een bepaalde context.

Metaprogramma’s bepalen heel sterk hoe informatie die op ons afkomt wordt gefilterd. Als je inzicht hebt in jouw ‘afstelling’ is het interessant om te leren hoe je ook ‘anders’ afgesteld kunt worden. Het is heel handig om gedetailleerd waar te nemen als je je sleutels kwijt bent en fijner om globaal te zijn als je uitlegt wat ‘we’ vanavond eten. Het snel in kaart kunnen brengen van de metaprogramma’s van jouw gesprekspartner in coaching, training, zakelijke gesprekken, bij kinderen en eigenlijk in iedere context is het een cruciale bouwsteen in excellent communiceren.

Welke metaprogramma's zijn er in NLP?

Zoals gezegd zijn er heel veel verschillende metaprogramma’s. De lijst hieronder is dus verre van compleet. Maar in onze opleidingen gebruiken wij 14 programma’s om jou een inzicht te geven in jezelf en de ander. Deze 14 metaprogramma’s delen we graag met je:

1. Criteriafilter: hiërarchie van criteria

Mensen laten zich (onbewust) leiden door waarden en criteria. Onze waarneming wordt gestuurd door wat we belangrijk vinden. Voorbeelden van waarden zijn woorden als rust, vertrouwen, respect, gezondheid, etc. Toch zijn we ons vaak niet bewust van de achterliggende criteria. Het criteriafilter geeft aan wat de belangrijkste criteria van iemand zijn in een bepaalde context. Als we het over respect hebben dan kun je daar afhankelijk van de context en per persoon hele verschillende dingen mee bedoelen. Criteria zijn niet aan te geven als goed of slecht. Ze zijn per individu verschillend en hebben een zeer persoonlijke betekenis. Je kunt de criteriawoorden uit iemands gedrag of taal opmaken of je kunt er direct naar vragen.

2. Waarnemingsfocus: visueel, auditief en kinesthetisch

Mensen ervaren zichzelf en de wereld om zich heen door middel van de vijf zintuigen; zien, horen, voelen, ruiken en proeven. Deze zintuiglijke modaliteiten noemen we binnen NLP ‘representatiesystemen’. Dit komt doordat mensen decoderen, organiseren, opslaan en betekenis geven aan de waarneming gedaan met hun zintuigen. Zintuiglijke informatie wordt waargenomen en wordt intern gerepresenteerd. Er wordt als het ware een interne kaart, een model, gemaakt van de originele zintuiglijke informatie. Dit mag een open deur lijken, maar is van essentieel belang, de ‘realiteit’ en onze representatie van die ‘realiteit’ zijn niet hetzelfde. Zoals de landwegen in Italië niet hetzelfde zijn als de wegenkaart waarop zij zijn getekend. De kaart is niet het gebied.

3. Primaire belangstelling: mensen, activiteiten, informatie, dingen en plaatsen

De belangstelling van mensen verschilt. Soms is de aandacht meer op andere mensen en dingen en soms meer op activiteiten of informatie. Ook kan de belangstelling in plaatsen toenemen wanneer de context daar om vraagt.

4. Activiteit: proactief en reactief

Pro-actief is tegenwoordig een soort modewoord dat te pas en te onpas wordt gebruikt in de. betekenis van iets positiefs en re-actief wordt vaak als iets negatiefs gezien. Wij willen dat je deze metaprogramma’s (zoals alle anderen) begrijpt zonder daar een waardeoordeel aan te koppelen.

Pro-actief

Personen die pro-actief zijn, hebben het gedrag om in actie te komen en zijn in staat taken te verrichten die direct om handelen vragen. Zij zullen uit zichzelf dingen gaan doen en nemen initiatief. Ze spreken vaak vanuit de ik-vorm, en acteren snel. Ze zijn soms wat impulsief en krijgen zaken voor elkaar. Ze gebruiken het moment en zijn echte doeners. Wachten op anderen en dingen eerst overdenken alvorens te handelen, is geen sterke kant bij dit metaprogramma. Het gevaar bestaat dat deze personen overhaast te werk gaan en belangrijke zaken over het hoofd zien.

Re-actief

Re-actief ingestelde mensen denken liever eerst na. Zij hebben de behoefte om eerst te begrijpen, reflecteren en stellen vragen. Het begrijpen en beoordelen van de situatie is voor hen een voorwaarde voor actie en een volgende stap. Een weloverwogen voorbereiding kun je makkelijk aan hen overlaten. Ze analyseren veel en zijn hierdoor soms besluiteloos waardoor ze weinig actie ondernemen. Ze spreken vaak in de zij-vorm. Ze nemen hun tijd, soms zelfs te veel tijd of wachten onnodig veel op anderen.

5. Referentiekader: intern en extern

‘Ik ben tevreden’, ‘jij bent tevreden’. Gaat het over jouw eigen criteria of over het voldoen aan de criteria van iemand anders? Dit metaprogramma beschrijft waar jouw filters op focussen. Jouw standaard of die van een ander.

Intern referentiekader

De eigen criteria zijn leidend. Mensen met een interne referentie gedragen zich zoals zij zelf willen op basis van hun eigen standaard. Ze werken op basis van hun eigen waarden en normen en doen de dingen op hun eigen manier. Ze beslissen zelf of het goed is. Complimenten en externe bevestiging zijn welkom maar zijn niet noodzakelijk. Soms hebben deze mensen moeite met het accepteren van meningen of feedback van andere mensen. Ze zijn sterk autonoom en accepteren moeilijk leiding. Samenwerking met iemand met een interne referentie kan soms moeizaam verlopen.

Extern referentiekader

Personen met een externe referentie komen in beweging door wat anderen belangrijk vinden. Ze hebben informatie, meningen en feedback van anderen nodig voor het maken van beslissingen en om gemotiveerd te blijven. Mensen die meer focussen op externe referentie gedragen zich zoals van hen verwacht wordt. Ze werken op basis van de normen en waarden van de ander of de groep en doen dingen zoals ze denken dat hoort. Ze hebben vaak complimenten of bevestiging nodig, en feedback of andere meningen betrekken ze zeer snel op zichzelf. Ze hebben moeite met het nemen van besluiten en hebben vaak leiding nodig.

6. Motivatierichting: naartoe en weg van

Motivatie werkt twee richtingen op. Je komt in beweging als je iets wilt bereiken (naartoe) of je komt in beweging als je iets niet meer wilt (weg van). Het zijn eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille: iemand kan naar een doel toe bewegen, of van een probleem weg bewegen (en is daardoor onderweg naar een doel). Soms wordt het verlangen om een zeker punt te bereiken veroorzaakt door een nog sterker verlangen om de huidige situatie te veranderen. Omgekeerd kan achter de wil om een probleem op te lossen, de wens liggen om een bepaald doel te bereiken.

7. Informatieomvang (chunksize): globaal en details

Dit metaprogramma is belangrijk voor communicatie in het algemeen, tijdens trainingen en bij leidinggeven. Ben je meer van het geheel of heb je juist meer oog voor de details? Zie je sneller het bos of de bomen? Twee mensen met tegenovergestelde voorkeuren in dit metaprogramma lopen een grote kans op misverstanden en daardoor op conflicten. Tegelijkertijd kunnen ze elkaar perfect aanvullen.

Globaal

Mensen bij wie de filters zijn ingesteld op globaal hebben de capaciteit om direct het grote geheel te zien. Zij denken en praten in hoge abstracties en generalisaties. Iemand met de voorkeur voor globaal vindt het prettig om in hoofdlijnen te denken en te spreken. Het zijn de mensen die zich vanuit een helikopterview richten op ideeën en concepten en vinden details maar bijzaak. De details kunnen deze personen het beste delegeren aan een ander. Op het gebied van communicatie praten deze mensen soms zelfs in zulke globale termen dat het voor de ander moeilijk te snappen is wat ze bedoelen.

Details

Als je het metaprogramma details als voorkeur hebt, dan ben je gericht op de details. Deze personen praten en denken in vele gedetailleerde stukjes informatie (small chunks) en deze hebben een fijnere structuur. Zij hebben deze details nodig om te kunnen begrijpen wat er gebeurt. Zij zijn vaak erg precies en goed om de puntjes op de i te zetten. Zij voorzien de hoofdzaken van de bijzaken en zien niet gemakkelijk de rode draad in een verhaal. Het risico bestaat dat zij verdwalen in de details en daardoor moeilijk te volgen zijn voor anderen.

8. Vergelijking: overeenkomsten en verschillen

Ben je eerder gefocust op wat hetzelfde is of juist op dat ene wat net anders is? Dit metaprogramma gaat over de instelling van jouw filters op basis van de mate van gelijkenis die je registreert of juist de verschillen.

9. Tijdsbeleving: in-time en through-time

Helemaal opgaan in het moment of meer bewust zijn van de tijd? Dit metaprogramma gaat over hoe je tijd beleeft.

In-time

Mensen van wie het filter ‘in de tijd’ is afgesteld zijn mensen die opgaan in het moment. Deze mensen zijn vaak geassocieerd en emotioneel betrokken. Hun herinneringen zijn ook vaak geassocieerd. Tijd is voor hen een gegeven, maar zij vinden het belangrijker om ‘in het nu’ te zijn. Zij kunnen vaak snelle beslissingen maken en kunnen er in het moment helemaal bij zijn. Agenda’s, schema’s en planningen zijn aan hen niet besteed. De activiteit zelf is vaak belangrijker dan de planning. Ze komen vaak te laat en kunnen zich moeilijk aan afspraken houden.

Through-time

Aan de andere kant zijn er mensen van wie het filter ‘door de tijd’ is afgesteld. Zij hebben een volgordelijk, rechtlijnig idee van tijd. Zij zijn zich bewust van tijdsduur en hebben een overzicht van tijd. Deze mensen zullen gebeurtenissen in tijd eerder opslaan dan gedissocieerde plaatjes. Zij hechten juist wél veel waarde aan op tijd komen en planning. De planning is vaak belangrijker dan de activiteit. Ze kunnen goed analyseren en geven soms de indruk niet erg betrokken te zijn. Ze zijn vaak bezig met wat er ‘hierna’ moet of gaat gebeuren.

10. Tijdsoriëntatie: verleden, heden en toekomst

Ben je vooral gefocust op het verleden, het heden of de toekomst? ‘Vroeger was alles beter’, ‘Pluk de dag’, ‘De tijd zal het leren’. Drie uitspraken gericht op respectievelijk het verleden, het heden en de toekomst. Dit metaprogramma beschrijft of de focus op de voltooide, tegenwoordige of de toekomstige tijd ligt.

11. Planningstijl: opties en procedures

Hecht je waarde aan hoe het hoort of zoek je liever naar andere mogelijkheden? Dit metaprogramma laat zien dat sommige mensen eerder in opties, verandering en keuzemogelijkheden denken, terwijl anderen gebruik maken van bestaande manieren om een bepaalde taak uit te voeren.

12. Invloedsperceptie: controle binnen zelf en controle buiten zelf

Mensen verschillen van elkaar in hoe zij denken over oorzaak en gevolg. Het leven creëren of het leven overkomt je? De subjectieve mate van invloed gaat over dit metaprogramma.

Controle binnen zelf

Mensen waarbij hun filters zijn ingesteld op controle binnen zelf, geloven dat hun gedrag verantwoordelijk is voor bepaalde resultaten, of dit nu als een succes of een mislukking wordt gezien. Zij hebben een interne focus en zijn ‘in control’ en voelen de volledige verantwoordelijkheid. Zij geloven dat wat zij doen de oorzaak is van succes en falen. Zij focussen meer naar binnen voor oorzaken waardoor (slechte) resultaten zijn bereikt. Zij vertrouwen erop dat zij, en zij alleen, verantwoordelijk zijn voor hun eigen successen. Zij zijn niet afhankelijk van externe factoren. Soms zijn deze mensen wat overmoedig en ze zijn in staat hun eigen invloed te overschatten.

Controle buiten zelf

Mensen bij wie de controle meer buiten zelf ligt, overkomen dingen. Zij zijn niet de veroorzaker, maar de oorzaak ligt buiten henzelf. Zij willen daar ook geen verantwoordelijkheid voor dragen. Het is een kwestie van geluk of pech. Deze personen hebben een externe focus als het gaat om zoeken naar oorzaken. Zij hebben wel aandacht voor bemoeilijkende omstandigheden bij het realiseren van doelstellingen. Ze zijn gevoelig voor moeilijkheden die op hun pad komen en stellen zich vaak afhankelijk op. In extreme gevallen of bepaalde situaties zijn deze personen het slachtoffer, die gebukt gaat onder wat hen allemaal aangedaan is.

13. Primaire aandacht: zelf en anderen

Dit filter bepaalt waar jouw focus of aandacht ligt. Ligt deze bij jezelf of voornamelijk bij anderen?

Aandacht bij jezelf

Wanneer de aandacht meer bij jezelf ligt, denk je eerst aan jezelf en het bevredigen van eigen criteria en belangen. Mensen met dit metaprogramma nemen de wereld waar vanuit hun eigen gedachten en gevoelens. Zij spreken voornamelijk in de ik-vorm en vinden het belangrijk om eerst voor zichzelf te zorgen en dan pas voor een ander. Deze personen hebben vaak veel zelfvertrouwen en werken efficiënter als ze alleen werken. Ze vragen ook moeilijker om hulp en komen soms onverschillig en arrogant over. Over het algemeen zijn ze niet zo’n goede teamspelers maar werk komt vaak wel op de eerste plek. Dit metaprogramma wordt vaak gebruikt door topsporters of in beroepen waarin presteren van groot belang is. In extreme gevallen kun je deze mensen als egotrippers bestempelen.

Aandacht bij anderen

Mensen die meer hun aandacht focussen op anderen denken eerst aan de ander en daar goed voor te zorgen. In communicatie zullen zij de ander steeds laten weten dat zij hem of haar horen en zien, zowel verbaal als non-verbaal. Hun aandacht is gericht op de gedachten, gevoelens en het gedrag van de ander. Ze vinden het fijn als anderen hun om hulp vragen en spreken vooral in de wij-vorm. Het zijn goede teamspelers, maar ze zeggen te vaak ja en durven geen nee te zeggen om de ander een plezier te doen. Het gevaar bestaat dat zij over hun eigen grenzen gaan, en dat kan gevolgen hebben voor de gezondheid. Dit metaprogramma ziet men vaak in dienstverlenende en verzorgende beroepen.

14. Stressrespons: emotioneel, rationeel en keuze

Welke primaire reactie vertoon jij als er een moment van spanning, stress of ongeluk is? Dit filter bepaalt hoe snel jij kunt schakelen tussen emotie en ratio.

Hoe herken je metaprogramma's?

Voordat je aan de slag kunt met het veranderen van metaprogramma’s is het handig dat je ze leert herkennen bij jezelf en bij anderen. Wil je metaprogramma’s in kaart brengen, dan kun je letten op de taal en uitdrukkingen die jezelf en de ander gebruikt. Door te luisteren naar de taalpatronen is het mogelijk om erachter te komen welke metaprogramma’s in een bepaalde context actief zijn.

Het blijft een kwestie van goed luisteren, kalibreren en de juiste vragen stellen. Zijn metaprogramma’s relatief nieuw voor je? We hebben wat tips om ermee te oefenen:

  • Begin eenvoudig. Oefen in een gesprek met het concentreren op één metaprogramma.
  • Een goede oefening om te letten op meerdere metaprogramma’s is wanneer je zelf geen onderdeel uitmaakt van het gesprek, bijvoorbeeld wanneer je naar een talkshow of serie op televisie kijkt.
  • Reflecteer achteraf op gesprekken die je gevoerd hebt en ontdek welke metaprogramma’s bij jou en je gesprekspartner actief waren.

Maak je geen zorgen, het is vrijwel onmogelijk om in een gesprek alle metaprogramma’s op te sporen en ook zonde van je tijd. De op dat moment meest dominante metaprogramma’s zullen je echt wel opvallen. Wil je toch zoveel mogelijk metaprogramma’s in beeld brengen, dan kun je een test doen of een metaprofielonderzoek waarbij je op systematische wijze alle actieve metaprogramma’s in kaart brengt. Dit kan met computergestuurde vragen of gewoon live in een gesprek. Let er hierbij op dat je metaprogramma neutrale vragen stelt. Je kunt het antwoord namelijk makkelijk beïnvloeden door sturende vragen te stellen of vragen vanuit je eigen metaprogramma voorkeur.

Hoe werken metaprogramma's in NLP?

De NLP Metaprogramma’s zijn ontdekt door Richard Bandler en John Grinder, de grondleggers van NLP. Het was Leslie Cameron-Bandler die in de jaren zeventig het verdere onderzoek daarnaar leidde, samen met David Gordon, Robert Dilts en Maribeth Myers-Anderson. Inmiddels zijn er misschien wel honderden metaprogramma’s te onderscheiden. Het is niet jouw uitdaging om ze allemaal te kennen of uit je hoofd te leren want het nut in de praktijk daarvan is nihil.

Metaprogramma’s sturen strategieën aan. Zoals je weet zijn de meeste strategieën onbewust, je kunt je dan misschien voorstellen dat metaprogramma’s nog iets dieper in het onderbewustzijn liggen opgeslagen.

Metaprogramma's gebruiken

Hoe kun je bewust gebruik maken van (inzichten in) metaprogramma’s en welke voordelen kun je daarvan verwachten?

  • Het vergroot ons inzicht in en begrip van onze eigen wijze van handelen en die van anderen.
  • Je kunt makkelijker rapport maken door aan te sluiten bij de metaprogramma’s van de ander.
  • Je kunt de ander op een integere manier overtuigen van een bepaalde taak, voorstel of mening.
  • In samenwerkingssituaties/ teams is het nuttig op de hoogte te zijn van elkaars metaprogramma’s.
  • Je kunt de capaciteiten van de ander maximaal benutten.
  • Je kunt de ander beter betrekken bij een gezamenlijke taak of doel.
  • Je kunt makkelijker bepalen welke ontwikkelpunten jezelf of iemand anders heeft.
  • Het activeren of installeren van de gewenste metaprogramma’s is een waardevol instrument bij coaching en leidinggeven.
  • Etc.

De kunst van het werken met metaprogramma’s is tweeledig:

  1. gemakkelijk en flexibel kunnen schakelen naar het metaprogramma dat voor jou het beste werkt;
  2. gemakkelijk en snel kunnen achterhalen welk metaprogramma de ander gebruikt zodat je informatie krijgt over de afstelling van de filters van de ander.

Metaprogramma’s zijn patronen die we hebben ontwikkeld en dat betekent dat je ze ook kunt afleren of veranderen. We gebruiken het daarom ook veel in coaching. Mensen die zich anders willen gedragen en inzicht krijgen in hun eigen patronen, vinden het daarna makkelijker om die te veranderen.

Iedereen heeft zijn eigen afstelling van de metaprogramma’s en we gaan er meestal onbewust van uit dat iemand anders dezelfde heeft. Om dit te voorkomen is het belangrijk je hier bewust van te zijn en natuurlijk om bij de ander te blijven kalibreren. Want je weet: één keer is een incident, twee keer is toeval en drie keer is (misschien) een patroon.

Het belang van metaprogramma's in NLP

In neurolinguïstisch programmeren (NLP) zijn metaprogramma’s essentieel omdat ze ons in staat stellen om de manier waarop we denken, communiceren en ons gedragen te begrijpen. Metaprogramma’s zijn mentale processen die ons helpen om informatie te filteren en te organiseren. Door deze processen te begrijpen, kunnen we ons bewust worden van onze eigen denkpatronen en deze patronen aanpassen om betere resultaten te bereiken.

Associëren en dissociëren als metaprogramma NLP

Een voorbeeld van een metaprogramma in NLP is het proces van associëren en dissociëren. Associëren verwijst naar het vermogen om jezelf in een situatie te plaatsen en de emoties en ervaringen van die situatie te voelen alsof je er zelf bij bent. Dissociëren betekent daarentegen dat je jezelf buiten de situatie plaatst en het van een afstand bekijkt alsof je een toeschouwer bent. Door deze metaprogramma’s te begrijpen, kunnen we leren hoe we onze emoties en reacties kunnen beheersen en ons beter kunnen aanpassen aan verschillende situaties. Het begrijpen en beheersen van deze metaprogramma’s is dus van vitaal belang voor de ontwikkeling van effectieve NLP-technieken die kunnen helpen bij persoonlijke groei en ontwikkeling.

Begrip van metaprogramma's is belangrijk

Oefening: begrip van metaprogramma’s in NLP

Ga in gesprek met iemand om te ontdekken welke metaprogramma’s actief zijn. Let ook op non- verbale signalen! Gebruik eventueel het schema hiernaast om snelle aantekeningen te maken.

Context

Kies iemand met wie je (al een langere tijd) een relatie hebt. Dit kan een liefdesrelatie zijn, of een vriendschap, of een familierelatie, etc..

Mogelijke vragen (je mag natuurlijk zelf ook vragen toevoegen!):
  1. Wat is voor jou belangrijk in de bovenstaande relatie? Wat nog meer?
  2. Hoe weet je dat deze relatie voldoet aan wat jij belangrijk vindt in een relatie?
  3. Wat voor dingen doe je met deze persoon samen? En welke niet?
  4. Vertel me eens over een belangrijke beslissing die je hebt genomen in deze relatie.
  5. Wat deed die beslissing met je?
  6. Vertel me eens over een probleem dat je had in deze relatie?
  7. Hoe hebben jullie het opgelost?
  8. Wat is de relatie tussen dit jaar en vorig jaar binnen deze relatie/ vriendschap/ etc.?
  9. Hoe weet je dat je een goede relatie/ vriendschap/ familieband/ etc. hebt?
  10. Hoe weet je dat je die ander leuk/ lief/ grappig/ etc. vindt?
  11. Etc.

Handelen naar metaprogramma's is van belang

Oefening: handelen naar metaprogramma’s in NLP

Zoals we eerder aangaven heeft Robert Dilts een belangrijk bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de metaprogramma’s. Samen met Judith Delozier kwamen zij met het idee van tasking. Tasking betreft het bedenken of creëren van een activeringsvraag of opdracht die bepaalde metaprogramma’s activeert om daarmee een bepaald resultaat te bereiken. Hiermee kan elke situatie getransformeerd worden tot de mogelijkheid om specifieke vaardigheden/ patronen te leren. Het geeft inzicht in je eigen acties en de kwaliteiten/ metaprogramma’s die daarvoor nodig zijn. Je kunt jezelf (of iemand anders) specifieke vragen en/ of opdrachten meegeven om de gewenste metaprogramma’s te activeren/ leren. Zo kreeg de Karate Kid van mr. Miyagi de opdracht om het hek te verven, zodat hij daarna karatelessen van hem zou krijgen. Wat de Karate Kid pas later begreep, is dat hij door deze opdracht al veel belangrijke (karate-)lessen en vaardigheden had geleerd. Zo is het in de context van een karatewedstrijd belangrijk om geduld te hebben (criterium) en een aantal metaprogramma’s te activeren zoals bijvoorbeeld naartoe, heden en procedures.

Andere oefeningen:

  • Ga iedere dag minimaal 15 minuten alleen (zelf) in de natuur wandelen (criterium: gezondheid, vrijheid) en zie in de natuur iedere dag minimaal 10 nieuwe dingen (verschillen).
  • Ga op je werk een gesprek aan met een collega (criterium: verbinding) waarbij je interesse toont in de ander als persoon (ander) door het stellen van vragen en je geïnteresseerd bent in de details van de ervaring (details).
  • Opdracht: kun jij voor jezelf of een ander een tasking opdracht bedenken om te oefenen met gewenste metaprogramma’s?

34 reviews over CapitalHEROES

Bekijk reviews

Verrijking training NLP Practitioner

In juli de NLP Practitioner afgerond bij CapitalHEROES. Zorgvuldig uitgezocht en achteraf was/is het een perfecte keuze geweest. Het is een trainingsinstituut waar de trainers zich perfect aanvullen. Ze gaan op een gedreven en zeker professionele manier te werk maar ook met de nodige humor. Het was een mooie reis met mezelf die ik zeker voortzet in de Master en Coach – de opleiding is absoluut aan te raden – eigenlijk gewoon een “must” voor iedereen. Groetjes Arien

Arien Peeters - Lees alle ervaringen