Wij hebben in ons leven op elk moment een ervaring. Nu. En nu. En nu. En nu weer. Via onze zintuigen nemen we die ervaringen waar. Wij weten dat jij je nu kunt herinneren dat dit te maken heeft met de modaliteiten. Visueel, auditief, kinesthetisch, olfactorisch en gustatief. VAKOG.
Deze ervaring nemen we waar en wordt gecodeerd opgeslagen in wat wij noemen de dieptestructuur. Maar niet voordat er iets gedaan wordt met die informatie. Als we alles zouden opslaan wat we ervaren dan lopen we vast. Daarom heeft ons brein filters in zich. We laten heel veel van wat we waarnemen weg. Alles wat het brein al denkt te kennen, generaliseert het. En als het dan niet past in ons overtuigingssysteem vervormt het de waarneming zo dat het wel past.
Dus we hebben ervaringen, die worden gefilterd en opgeslagen in de dieptestructuur. Het mooie is echter dat het niet zo is dat we er nu al zijn. Want, om vervolgens informatie op te halen uit jouw brein – herinneren – moet de informatie vanuit de dieptestructuur naar de oppervlaktestructuur worden gehaald. En, je raadt het al, het moet dan opnieuw langs de filters in je brein. Je kunt je dus wel voorstellen dat de waarneming van de ervaring een eerste keer gefilterd is, opgeslagen, opgehaald, een tweede keer gefilterd is en dus heel veel informatie mist. Laat staan dat er al over gecommuniceerd is.
Een van de eerste conclusies van de studies van Bandler en Grinder was, dat het gebruik van taal op een fundamentele wijze gekoppeld is aan onze interne staat. Niet verwonderlijk dat hun eerste boek inzicht verschaft over de wonderbaarlijke wederzijdse relatie van de interne staat en de invloed van taal: “De structuur van magie”.

In dit boek tonen Bandler en Grinder aan waarom en hoe taalgebruik zich bedient van meerdere niveaus van informatie: een oppervlakte- en een dieptestructuur. Hun “Meta-model” van de taal helpt de dieptestructuur te ontdekken, die verscholen ligt onder de oppervlaktestructuur. De dieptestructuur geeft de ware onverbloemde inhoud weer van de ervaring die meestal via aanpassingen wordt vervormd tot de structuur, die aan de oppervlakte naar buiten komt via onze communicatie. Met deze processen vormt de mens zich een model van de wereld, dat daarom altijd subjectief is.