Er zijn vijf primaire representatiesystemen (VAKOG) en één secundair representatiesysteem. De primaire representatiesystemen zijn gelijk aan de modaliteiten: visueel, auditief, kinesthetisch, olfactorisch en gustatief. Het secundaire representatiesysteem (auditief-digitaal) richt zich meer op logica, onze interne dialoog en valt niet onder een van de vijf primaire representatiesystemen.
V Visueel representatiesysteem
A(t) Auditief (tonaal) representatiesysteem
K Kinesthetisch representatiesysteem
O Olfactorisch representatiesysteem
G Gustatief representatiesysteem
Ad Auditief digitaal / ongespecificeerd representatiesysteem
In de praktijk blijkt dat de meeste mensen wel een voorkeur hebben voor een of meerdere representatiesystemen. De voorkeur om interne representaties weer te geven in geur en smaak komt zelden voor. Visueel, auditief, kinesthetisch en auditief-digitaal/ongespecificeerd komen wel met grote regelmaat voor. Daarom spreken we ook wel van dominante representatiesystemen.
Wanneer we het daar over hebben bedoelen we dus VAK+Ad. De voorkeur voor een representatiesysteem is ook een meta-programma. Meta-programma’s zijn stijlen van waarnemen en zorgen voor de sortering van informatie. Ze bepalen eigenlijk waar iemand op focust, in een bepaalde context.
Iedereen gebruikt alle representatiesystemen maar elk mens heeft wel een voorkeur voor de manier waarop zij informatie representeert. Zij hebben een voorkeur voor een bepaald representatiesysteem boven alle anderen systemen. Het geeft een voorkeur aan hoe informatie wordt verwerkt, opgeslagen en herinnerd. Dit is wel context afhankelijk.
Je hoort nog wel eens mensen zeggen: ‘Ik ben visueel ingesteld’. Dat zijn we gelukkig bijna allemaal. Gelukkig ben je niet jouw representatievoorkeur. In heel wat andere situaties heb je misschien wel een andere representatievoorkeur. Je bent dus niet visueel ingesteld, in die bepaalde situatie heb je gewoon een visuele representatievoorkeur.