Een giraffe is ook maar een geit met een lange nek
Wij gaven ooit ergens een training en op het whiteboard stonden nog de spreuken van een bijeenkomst die daar een paar dagen eerder plaatsvond. De beste tekst was verreweg: ‘Een giraffe is ook maar een geit met een lange nek’.
Heb je ooit een giraffe met een depressie gezien? Dat hij erachter komt dat hij ‘maar een geit met een lange nek is’ en in een depressie schiet? Of een zebra met een paniekstoornis, nadat hij ternauwernood aan de dood ontsnapt is na een aanval van een tijger?
Waarschijnlijk niet. Wat is het verschil tussen jou en de zebra en de giraffe? Taal. De giraffe en de zebra kennen geen taal zoals wij die kennen. Zonder taal had jij ook geen probleem gehad; je had het woord probleem niet eens kunnen gebruiken 😉.
Als je iets niet kunt vastpakken, bestaat het dan wel? Een gedachte, een gevoel, een paniekaanval, je kunt ze niet aanraken. Toch praten we erover alsof het dingen zijn. Alsof een depressie een object is dat je hébt, ergens in een la in je binnenste, in plaats van iets dat je op dit moment dóet. En dat is precies het punt: zodra je een proces (iets dat je doet, dat beweegt, dat kan veranderen) in een zelfstandig naamwoord giet, bevriest het. Het wordt een ding. En dingen lijken vast te zitten, permanent, onderdeel van wie je bent, in plaats van iets wat je op dit moment aan het doen bent, en dus ook anders kúnt doen.
In de NLP heet dit een nominalisatie: een werkwoord dat we hebben omgetoverd tot een zelfstandig naamwoord. ‘Depressie’ is eigenlijk ‘depressief zijn/voelen’ — een proces, gevangen in een woord dat klinkt als een object. En zodra iets een object lijkt, ga je het ook zo behandelen: als iets wat je hébt, in plaats van iets wat je doet.
Probeer dit eens.
Zeg tegen jezelf: ‘Ik heb geen probleem, ik doe mijn probleem.’ En voel het verschil.
Stap 1 — Van hebben naar doen
- ‘Ik heb een depressie.’ → ‘Ik doe aan depressieve gedachten.’
- ‘Ik heb een paniekstoornis.’ → ‘Ik doe aan paniekerige gedachten en gevoelens.’
- ‘Ik heb faalangst.’ → ‘Ik doe aan faalangstige gedachten.’
Merk je het verschil? Iets wat je hébt, voelt vast en blijvend. Iets wat je dóet, voelt als een activiteit — en activiteiten kun je leren anders te doen.
Stap 2 — Onderzoek het proces
Als het iets is wat je doet, dan zijn er ook vragen te stellen die bij een proces horen, en niet bij een object:
- Wannéér doe je het vooral? (Op welke momenten, in welke situaties?) En wanneer niet?
- Hóe doe je het precies? (Wat denk je, wat zie je voor je, wat zeg je tegen jezelf, in welke volgorde?)
- Wat zou er gebeuren als je het net iets anders deed?
Deze vragen kun je met een ‘ding’ niet stellen. Met een proces wel en dat is precies waar de opening naar verandering ontstaat.
Stap 3 — Herhaal met je eigen woorden
Pak een woord dat jij vaak gebruikt om jezelf te beschrijven – een label, een diagnose, een eigenschap – en herschrijf het als een proces. Wat doe je eigenlijk, in plaats van wat je bent of hebt?
Waarom dit werkt
Dit is meer dan een taaltruc. Dit is hoe taal in je brein werkt. Ook uit de neurowetenschap komt steun voor de kracht van taal. Onderzoek van neurowetenschapper Matthew Lieberman liet zien dat het onder woorden brengen van een emotie (affect labeling) de activiteit in de amygdala – dit is het hersengebied dat alarmsignalen afgeeft – kan dempen en juist de prefrontale cortex activeert, het gebied dat betrokken is bij regulatie en overzicht. De woorden die je kiest, doen dus letterlijk iets in je brein.
Ja maar, ik heb het echt
Voelt de stap Van hebben naar doen nog te groot? Dat is logisch, zeker als je je al jaren met het label geïdentificeerd hebt. Gebruik dan een tussenstap: ‘Ik heb de gedachte dat ik [depressief] ben.’ Ook dat schept al afstand – je bént niet meer de depressie zelf, je hébt een gedachte erover. En een gedachte is per definitie iets dat komt en gaat, niet iets wat je bent. Van daaruit is de stap naar ‘ik doe’ vaak vanzelf een stuk kleiner.
En dat is uiteindelijk waar NLP om draait: niet om positief denken of jezelf iets wijsmaken, maar om ontdekken hóe je dingen doet – hoe je je gedachten, gevoelens en ‘problemen’ vormgeeft – zodat je ook kunt ontdekken hoe je het anders zou kunnen doen.