Afgelopen week was ik in Londen. Samen met Randy. Paar dagen eruit. Geen agenda, geen verplichtingen, geen serieuze zaken. Gewoon de stad in. En dan ook nog eens 30 graden. Dertig. In Londen. Want in mijn beleving regent het daar altijd. Grijze lucht, natte straatstenen, mensen met paraplu’s die ze eigenlijk niet nodig hebben maar toch meenemen voor de zekerheid. Maar niet deze keer. Zonnige terrassen, volle parken, mensen die zichtbaar genieten. Londen in de zon voelt bijna als een ander land. Maar mijn hoofd is nooit echt leeg. Dat van jou waarschijnlijk ook niet.
We zagen vier musicals. Harry Potter and the Cursed Child, Wicked, Hercules en The Book of Mormon. Vier verhalen. Vier totaal verschillende werelden. En toch zat er in alle vier dezelfde onderliggende vraag verstopt: wie bepaalt eigenlijk wat waar is?
Harry Potter was indrukwekkend. Mensen verdwijnen op het toneel. Dingen vliegen. Tijd vervormt. Je weet dat het theater is, maar je gelooft het toch even. Dat is de kracht van een goed verteld verhaal. Magie bestaat niet. Maar als je het verhaal goed genoeg brengt, maakt dat niet uit.
Wicked gaat verder. Het laat zien dat helden en schurken niet bestaan. Alleen verhalen over helden en schurken. Wie het verhaal vertelt, bepaalt wie goed is en wie fout. Simpel. Ongemakkelijk. En herkenbaar als je een seconde stilstaat bij hoe jij het nieuws leest, naar je collega’s kijkt of over jezelf praat.
Hercules voegt daar nog een laag aan toe. Een halfgod die zijn hele leven vecht om ergens bij te horen. Om bewezen te worden. Om gezien te worden als genoeg. Het publiek juicht, de held wint, het verhaal eindigt goed. Maar terwijl je zit te kijken bekruipt je het gevoel dat je dit patroon kent. Niet van het podium. Van mensen om je heen. Van jezelf misschien.
Maar de avond die het meest bleef hangen was The Book of Mormon.
We boekten het last minute. Rij 7, midden in de zaal. Soms zijn de beste beslissingen de beslissingen die je niet weken van tevoren hebt gepland. Het verhaal: twee jonge missionarissen worden uitgezonden naar Oeganda om hun geloof te verspreiden. Ze komen aan in een werkelijkheid die totaal afwijkt van alles wat ze hebben geleerd. Wat volgt is tweeënhalf uur satire, absurde humor en momenten waarop je tegelijkertijd lacht en denkt: ze durven dit gewoon op een podium te zeggen. Op het eerste gezicht is het een parodie op religie. Maar het gaat over iets veel groters.
Het gaat over de verhalen die mensen nodig hebben om betekenis te geven aan hun leven. Verhalen geven richting. Verhalen geven hoop. Verhalen maken chaos dragelijk. Dat is geen zwakte, dat is menselijk. Maar ergens in dat proces vergeten de meeste mensen iets essentieels. Ze vergeten dat het een verhaal is. En daar wordt het interessant.
Want iedereen lacht graag om de overtuigingen van een ander. Om die gelovige. Om die politieke fanaat. Om die netwerk marketeer die denkt dat hij de wereld gaat veranderen met supplementen. Maar zodra je een stapje dichter bij jezelf komt, wordt het stiller. Want jij gelooft ook ergens in.
Misschien in hard werken als sleutel tot succes. Misschien in eerlijkheid als beste strategie. Misschien in die ene theorie over leiderschap die je tien jaar geleden las en sindsdien nooit meer hebt bevraagd. Misschien in het verhaal dat je jezelf vertelt over waarom jouw situatie anders is, waarom verandering voor jou moeilijker ligt, waarom dit voor jou niet werkt.
Iedereen heeft zijn eigen heilig boek. Voor de één is dat de Bijbel. Voor de ander LinkedIn. Voor de volgende een managementmethode, een politieke overtuiging of een zelfopgelegde identiteit die ooit nuttig was maar allang niet meer klopt.
De vraag is niet of je ergens in gelooft. Dat doe je toch wel. De vraag is of je nog weet dat je gelooft. Of dat je je verhaal bent gaan verwarren met de werkelijkheid. Dat is de vraag die ik meenam naar buiten na The Book of Mormon. Niet: hebben ze gelijk? Maar: Welke verhalen geloof ik zelf nog zonder ze ooit ter discussie te stellen?
Dat is een ongemakkelijke vraag. Maar ongemakkelijke vragen zijn precies de vragen die de moeite waard zijn.
En als een musical je lachend zover krijgt dat je die vraag aan jezelf stelt, dan heb je een verdomd goede avond gehad.